ECLI:NL:RBZWB:2024:6910

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
10 oktober 2024
Zaaknummer
C/02/425254 / JE RK 24-1441
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Korte verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen door kinderrechter

De zaak betreft een verzoek van de Stichting Jeugdbescherming West Zeeland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen die onder het gezag van hun moeder staan en bij haar wonen. De oorspronkelijke ondertoezichtstelling liep van 19 oktober 2023 tot 19 april 2024 en werd reeds verlengd tot 19 oktober 2024.

De GI verzocht op 29 juli 2024 om een verdere verlenging van zes maanden. Vanwege een verzoek van de advocaat van de moeder om de zitting te verplaatsen, en instemming van beide partijen met een korte verlenging, besloot de kinderrechter de ondertoezichtstelling met twee maanden te verlengen, van 19 oktober tot 19 december 2024. Het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot een mondelinge behandeling, waarbij belanghebbenden zich kunnen uitlaten.

De kinderrechter verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, gezien het belang van de ontwikkeling van de minderjarigen. De mondelinge behandeling is gepland in Middelburg onder leiding van kinderrechter Duinhof. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van drie minderjarigen wordt met twee maanden verlengd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/425254 / JE RK 24-1441
Datum uitspraak: 11 oktober 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI.
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedag 3] 2023 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Plaisier te Hendrik-Ido-Ambacht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in zijn beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 juli 2024, ontvangen op 29 juli 2024;
  • het e-mailbericht van mr. Plaisier van 23 september 2024, ontvangen op 23 september 2024;
  • het e-mailbericht van mr. Plaisier van 1 oktober 2024, ontvangen op 1 oktober 2024;
  • het e-mailbericht van de GI van 2 oktober 2024, ontvangen op 2 oktober 2024.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
De minderjarigen wonen bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 19 oktober 2023 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld
van de GI met ingang van 19 oktober 2023 en tot 19 april 2024 onder aanhouding van het
resterende deel van het verzoek.
2.4.
Bij beschikking van 17 april 2024 is de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd met ingang van 19 april 2024 en tot 19 oktober 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De beoordeling

4.1.
Op 29 juli 2024 heeft de GI het verzoekschrift bij de rechtbank doen inkomen. De huidige ondertoezichtstelling loopt tot 19 oktober 2024.
4.2.
De mondelinge behandeling stond gepland op 17 oktober 2024, waarna mr. Plaisier op 23 september 2024 om een nieuwe zittingsdatum heeft verzocht nu zij is verhinderd. De kinderrechter heeft de GI in de gelegenheid gesteld om op het verzoek van mr. Plaisier te reageren. Op 1 oktober 2024 heeft mr. Plaisier namens de moeder aangegeven dat zij instemt met een korte verlenging van de maatregel en de nieuwe zittingsdatum van [datum] 2024. Ook de GI heeft op 2 oktober 2024 laten weten dat zij instemmen met een korte verlenging van de maatregel en de nieuwe zittingsdatum.
4.3.
Gelet op het verzoek van mr. Plaisier en de reactie van de GI daarop, het zittingsrooster en de afloopdatum van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , is het niet mogelijk gebleken om het verzoek tijdig voorafgaand aan de afloopdatum van de ondertoezichtstelling mondeling te behandelen en de belanghebbenden over het verzoek te horen. Vooralsnog lijkt aan de gronden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling te zijn voldaan (artikel 1:260 en Pro 1:255 BW). De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] daarom voor de duur twee maanden verlengen, te weten met ingang van 19 oktober 2024 en tot 19 december 2024, onder aanhouding van het restant. De mondelinge behandeling van het resterende deel van het verzoek betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden aangehouden tot de mondelinge behandeling op
[datum] 2024 om [uur], waarbij de belanghebbenden de gelegenheid krijgen om zich uit te laten over het resterende deel van het verzoek.
4.4.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van 19 oktober 2024 en tot 19 december 2024;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt het resterende deel van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling aan tot de mondelinge behandeling van
[datum] 2024 om [uur]
, welke behandeling wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie
Middelburg, Kousteensedijk 2, ten overstaan van mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, voor de duur van 60 minuten;
5.4.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor (de advocaat van) de moeder en de GI;
5.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.