Partijen, die een geregistreerd partnerschap hadden en gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind uitoefenen, zijn in geschil geraakt over de omgangsregeling na ontbinding van hun partnerschap in 2020.
De man vorderde nakoming van de zorgregeling uit het ouderschapsplan en betaling van kosten, terwijl de vrouw verweer voerde dat de man onvoldoende kinderalimentatie betaalde en zij daarom de omgang niet volledig kon faciliteren. Tevens vorderde zij verwijdering van berichten op sociale media en schorsing van bepaalde omgangsregels.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd dat de omgang hervat kan worden indien de man het vervoer zelf verzorgt. Partijen bereikten daarop overeenstemming over een aangepaste omgangsregeling en afspraken over vervoer en communicatie.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen belang meer was bij de vorderingen en wees deze af. Tevens werd bepaald dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. De rechter benadrukte het belang van constructieve communicatie en samenwerking tussen partijen voor het welzijn van het kind.