Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt vaststelling van kinderalimentatie van €467 per kind per maand vanaf 8 februari 2024. De man, directeur-grootaandeelhouder (DGA) van meerdere BV's, betwist het inkomen en stelt een lager draagkrachtig bedrag.
De rechtbank oordeelt dat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie, ondanks verzoeken daartoe. De vrouw heeft aannemelijk gemaakt dat het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) hoger is dan het door de man opgegeven DGA-loon, mede gelet op de overgemaakte bedragen aan de vrouw in 2022 en 2023.
De rechtbank stelt het NBGI vast op maximaal €6.000 per maand en bepaalt de behoefte van de kinderen op €1.470 per maand. Na toepassing van de zorgkorting van 35% komt de onderhoudsbijdrage van de man uit op €934 per maand, oftewel €467 per kind. Het voorwaardelijke zelfstandig verzoek van de man wordt afgewezen omdat het hoofdverblijf van de kinderen voorlopig bij de vrouw is. Proceskosten worden gecompenseerd.