Eiseres vroeg om een hoog persoonlijk kilometerbudget (HPKB) vanwege haar lichamelijke beperkingen en de noodzaak om met de taxi te reizen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres volgens medische beoordeling met de trein zou kunnen reizen en haar scootmobiel binnen de toegestane afmetingen valt.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eiseres strikt medisch gezien met de trein kan reizen, er sprake is van een uitzonderlijke situatie. Door de geografische ligging van haar woonplaats en de eindbestemmingen in Zeeuws-Vlaanderen en Schouwen-Duiveland ontbreken treinverbindingen, waardoor reizen met de trein praktisch onmogelijk is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en kent eiseres een HPKB toe van maximaal 1000 kilometer per jaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. Het oordeel is gebaseerd op het Indicatieprotocol HPKB en de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.