De moeder verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind, omdat zij niet op de hoogte is van het verblijfadres van de vader, wat zij als problematisch ervaart voor de uitoefening van haar gezag en in geval van spoedsituaties. De vader is geregistreerd als niet-ingezetene met onbekend buitenlands adres en verscheen niet bij de mondelinge behandeling.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming constateerden dat de moeder haar gezag goed uitoefent en dat de omgangsregeling tussen vader en kind wordt nagekomen. De GI benadrukte dat de vader zijn adres niet wil delen, vermoedelijk uit machtsmotief, maar zag geen aanleiding voor verlenging. De Raad vond eveneens geen reden voor verlenging maar riep de vader op zijn adres te delen.
De kinderrechter oordeelde dat ondanks de zorgen over het onbekende verblijfadres van de vader, de moeder haar gezag goed uitoefent en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn bereikt. Er is geen redelijke verwachting dat de vader zijn adres zal delen bij verlenging. Ook de vrees voor toekomstige valse meldingen door de vader rechtvaardigt geen verlenging. De verzoeken tot verlenging werden daarom afgewezen.
De beslissing werd mondeling gegeven op 27 september 2024 en schriftelijk op 11 oktober 2024. De vader wordt opgeroepen alsnog zijn adres te delen, en de moeder kan een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling indienen indien nodig.