Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 3 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 12 maanden;
€ 8.777,25, waarvan € 4.777,25 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2021 tot aan de dag der voldoening;
78 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;