Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting.
5.De beslissing.
- de verpleeghuisarts van Surplus Zorg, [locatie] te [plaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zaak waarin verdachte wordt verdacht van het plegen van verkrachting en/of ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde cliënt. Tijdens de zitting van 27 september 2024 zijn de standpunten van de officier van justitie en verdediging besproken.
De rechtbank constateerde dat het onderzoek niet volledig was, omdat de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer, dat leed aan vasculaire dementie en inmiddels is overleden, onvoldoende kon worden beoordeeld. De verklaringen zijn uitsluitend auditu-verklaringen van getuigen, en het medisch dossier van het slachtoffer ontbreekt, waardoor onvoldoende inzicht bestaat in haar geestelijke en lichamelijke toestand rond de datum van het incident.
Gezien het ontbreken van cruciale medische informatie en de noodzaak om de emoties en gedragsveranderingen van het slachtoffer nader te onderzoeken, besluit de rechtbank het onderzoek te heropenen en te schorsen voor onbepaalde tijd. Er worden aanvullende getuigen opgeroepen, waaronder de vaste verzorgster, een psycholoog en de verpleeghuisarts, die onder meer vragen moeten beantwoorden over de dementie, urineweginfecties en het gedrag van het slachtoffer.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris om het nader onderzoek te leiden en beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsman bij de hervatting van de zitting. Dit tussenvonnis is uitgesproken op 11 oktober 2024 en benadrukt de noodzaak van zorgvuldigheid en nauwkeurigheid in de bewijswaardering in deze complexe zaak.
Uitkomst: Onderzoek wordt heropend en geschorst voor onbepaalde tijd wegens onvoldoende bewijswaardering en ontbrekende medische informatie.