Op 11 februari 2024 heeft verdachte samen met anderen tijdens een carnavalsavond op een openbare plaats in Breda openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer. Dit geweld bestond uit het vastpakken en vastklemmen van de nek en het hoofd, meerdere klappen en schoppen tegen het gezicht en lichaam van het slachtoffer. Het slachtoffer liep lichte verwondingen op en voelde zich angstig.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging. De verdediging betwistte het bewijs niet expliciet, maar verwees naar het oordeel van de rechtbank. De officier van justitie eiste een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.
De rechtbank hield rekening met landelijke oriëntatiepunten en een reclasseringsrapport waarin zorgen over alcoholgebruik en agressieregulatie werden genoemd. Verdachte toonde tijdens de zitting spijt, maar de rechtbank twijfelde aan de oprechtheid hiervan. Gezien de ernst van het feit en het recidivegevaar legde de rechtbank een taakstraf van 150 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met bijzondere voorwaarden, waaronder een gedragsinterventie agressiebeheersing.
Daarnaast is verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schadevergoeding van € 660,00 aan het slachtoffer, bestaande uit immateriële schade en proceskosten. De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op met wettelijke rente en gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.