ECLI:NL:RBZWB:2024:6991

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
C/02/422176 / FA RK 24-2138
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • mr. Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning meerderjarige en verschoonbare overschrijding van de driejarentermijn

In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 oktober 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de vernietiging van de erkenning van een meerderjarige vrouw door haar juridische vader. De vrouw, geboren op [geboortedag 1] 1986 op [geboorteplaats], heeft verzocht om de erkenning te vernietigen, omdat de juridische vader niet haar biologische vader is. De juridische vader heeft zich niet verzet tegen het verzoek en erkent dat hij niet de biologische vader is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw en de heer [naam] in 2019 een DNA-test hebben laten uitvoeren, waaruit blijkt dat de heer [naam] met 99,9999997% zekerheid de biologische vader is.

De rechtbank heeft overwogen dat het verzoekschrift meer dan vijf jaar na de erkenning is ingediend, wat in strijd is met de driejarentermijn van artikel 1:205 BW. Echter, de rechtbank heeft geoordeeld dat de overschrijding van deze termijn verschoonbaar is, gezien de omstandigheden van de vrouw, waaronder haar verleden van huiselijk geweld en de noodzaak om eerst vertrouwen op te bouwen met haar biologische vader. De rechtbank heeft de belangen van de vrouw, haar moeder en de juridische vader afgewogen tegen de rechtszekerheid en heeft besloten dat het belang van de vrouw om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de biologische werkelijkheid prevaleert.

De rechtbank heeft de erkenning van de juridische vader vernietigd en bepaald dat de vrouw na de uitspraak de geslachtsnaam van haar moeder zal dragen. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. De beschikking zal worden toegestuurd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor aantekening. De uitspraak is openbaar gedaan door mr. Van Triest, met mr. Wallerbos als griffier.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/422176 / FA RK 24-2138
Datum uitspraak: 15 oktober 2024
Beschikking over vernietiging erkenning
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M.P.J. Brouwers te Tilburg.
De rechtbank merkt als belanghebbende in deze zaak aan:
[de juridische vader],
hierna te noemen: de juridische vader,
wonende te [woonplaats 2] .
Als informant wordt aangemerkt:
[de moeder van de vrouw],
hierna te noemen: de moeder van de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] .

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesdossier bevat de volgende stukken:
  • het op 7 mei 2024 ingekomen verzoekschrift, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 24 juli 2024 van mr. Brouwers, met bijlage.
1.2.
Op 11 september 2024 heeft de rechtbank het verzoek, met gesloten deuren,
mondeling behandeld. Bij die gelegenheid zijn de vrouw en de moeder van de vrouw verschenen en gehoord, waarbij de vrouw is bijgestaan door haar advocaat.
1.3.
De juridische vader is weliswaar opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar is, met bericht van afmelding, niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
De vrouw is geboren op [geboortedag 1] 1986 op [geboorteplaats] , Nederlandse Antillen, als kind van mevrouw [de moeder van de vrouw] .
2.2.
De moeder van de vrouw en de heer [de juridische vader]
hebben een relatie met elkaar gehad.
2.3.
Op 1 augustus 1992, toen de vrouw zes jaar oud was, heeft de juridische vader de
vrouw erkend.
2.4.
De vrouw, de juridische vader en de moeder van de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om de erkenning door de juridische vader van de vrouw te vernietigen, kosten rechtens.
3.2.
Op de standpunten van partijen zal hierna, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 1:205, eerste lid, sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een kind een verzoek tot vernietiging van de erkenning indienen op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is. Op grond van het derde lid van voornoemd artikel moet het verzoek door het kind worden ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de erkenner vermoedelijk niet zijn of haar biologische vader is.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt het volgende. Hoewel de vrouw heeft aangegeven dat zij al eerder ervan op de hoogte was dat niet de juridische vader maar vermoedelijk de heer [naam] haar biologische vader is, hebben de vrouw en de heer [naam] begin 2019 een DNA-test laten verrichten bij St. Maarten Laboratory Services N.V. Uit de uitslag behorende bij die test, welke is gedateerd en ondertekend op 26 februari 2019, blijkt dat de heer [naam] met 99,9999997% zekerheid de biologische vader van de vrouw is. De rechtbank overweegt dat het verzoekschrift in deze zaak ruim vijf jaren later is ingediend, op 7 mei 2024. Daarmee wordt formeel niet voldaan aan de driejarentermijn zoals genoemd in artikel 1:205, vierde lid BW.
4.3.
Uit vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de Mens (EHRM) volgt dat het stellen van termijnen in beginsel geen ongerechtvaardigde inmenging oplevert in het familie- en gezinsleven van een verzoeker in de zin van artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), omdat de in de wet gestelde termijnen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving om de rechtszekerheid te waarborgen en ter bescherming van de belangen van het kind. De gevolgen van vernietiging van de erkenning zijn verstrekkend. Het heeft niet alleen gevolgen voor het kind en de ouders, maar ook voor de burgerlijke stand, de afstamming en het erfrecht. Met het toestaan van inbreuken op voormelde wettelijke bepaling dient, naar het oordeel van de rechtbank, dan ook terughoudend te worden omgegaan. Dit laat onverlet dat onder bepaalde omstandigheden het vasthouden aan een termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ongerechtvaardigde inmenging in het familie- en gezinsleven kan opleveren en in zoverre strijdig kan zijn met artikel 8 EVRM. Bij de beoordeling van de vraag of er in dit geval sprake is van strijd met artikel 8 EVRM, moet het belang van verzoekster om de juridische situatie en de biologische werkelijkheid met elkaar in overeenstemming te brengen, worden afgewogen tegen het belang van de rechtszekerheid en het belang van derden.
4.4.
Uit de toelichting bij voormeld F9-formulier van 24 juli 2024 van mr. Brouwers blijkt dat de juridische vader zich heeft gewend tot mr. Winkens (te Hoensbroek). Via mr. Winkens heeft mr. Brouwers een door de juridische vader ondertekende verklaring ontvangen (met een afschrift van zijn identiteitsbewijs). Uit die verklaring blijkt dat de juridische vader kennis heeft genomen van het verzoek, dat hij zich daartegen niet verzet en dat hij erkent dat hij niet de biologische vader van de vrouw is. Daarnaast heeft hij aangegeven dat hij niet zal verschijnen tijdens de mondelinge behandeling. Hoewel deze verklaring niet is medeondertekend door mr. Winkens en niet is overgelegd op briefpapier van het kantoor van mr. Winkens, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de echtheid van de verklaring van de juridische vader te twijfelen.
4.5.
Namens en door de vrouw is, samengevat, het volgende aangevoerd. De vrouw is geboren op [geboorteplaats] . Toen de vrouw zes jaar oud was, kreeg de moeder van de vrouw een relatie met de juridische vader. Aangezien er tijdens die relatie sprake was van huiselijk geweld, is de vrouw opgegroeid in het gezin van kennissen van haar moeder. De vrouw en de juridische vader hebben nooit in gezinsverband samengeleefd en zij hebben nauwelijks contact met elkaar gehad. De vrouw stelt dan ook dat er tussen hen geen sprake is (geweest) van “family life” als bedoeld in artikel 8 EVRM. Inmiddels zijn de moeder van de vrouw en de juridische vader van elkaar gescheiden. Ondanks dat al in 2019 door middel van een DNA-test is vastgesteld dat de juridische vader niet de biologische vader van de vrouw is, heeft de vrouw niet eerder een verzoek tot vernietiging van de erkenning bij de rechtbank ingediend, omdat zij, met het oog op haar verleden en trauma’s, eerst wilde bezien of zij haar biologische vader kan vertrouwen en duidelijkheid wilde krijgen over welke rol/bemoeienis deze man in haar leven wil en kan spelen. Bovendien was 2019 een moeilijk jaar voor de vrouw, aangezien zij toen recentelijk was gescheiden en verhuisd. Ook was zij niet bekend met de driejarentermijn zoals bepaald in artikel 1:205, vierde lid BW.
Volgens de vrouw heeft de heer [naam] zich inmiddels bewezen als betrouwbare en liefdevolle man en vader. Nu de vrouw weet wie haar biologische vader is en gebleken is dat het goed gaat tussen hen, vindt de vrouw het belangrijk, ook voor haar eigen kinderen, dat de familierechtelijke situatie in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. De vrouw is van mening dat voormelde driejarentermijn verschoonbaar is nu de vrouw, haar moeder en de juridische vader instemmen met het verzoek. Ook wordt het algemeen belang niet geschaad indien het verzoek wordt toegewezen. De vrouw stelt ten slotte dat zij het moeilijk vindt om voortdurend te moeten uitleggen waarom zij de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam juridische vader] ” heeft. De vrouw kan er daarom mee instemmen dat zij, indien het verzoek tot vernietiging erkenning wordt toegewezen, de geslachtsnaam van haar moeder verkrijgt. Maar het liefste wil zij graag de geslachtsnaam van haar biologische vader verkrijgen.
4.6.
De moeder van de vrouw heeft, samengevat, aangegeven dat zij eigenlijk altijd al wist dat de heer [naam] de biologische vader van de vrouw is. Maar zij heeft daar jarenlang niets mee gedaan, omdat de heer [naam] op een gegeven moment is verhuisd van [plaats 1] naar [plaats 2] en hij daar een nieuw leven heeft opgebouwd. De moeder van de vrouw kan zich voorstellen dat het voor de vrouw heel belangrijk is dat zij in de toekomst de geslachtsnaam van haar biologische vader kan verkrijgen, ook al is de vrouw 38 jaar oud. Dit omdat de moeder van de vrouw hetzelfde heeft meegemaakt. Zij heeft de geslachtsnaam van haar biologische vader verkregen toen zij even oud was en dit was en is voor haarzelf erg belangrijk.
4.7.
De rechtbank overweegt als volgt. Onder voornoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel, zoals ook door de vrouw is aangevoerd, dat de toepassing van de in artikel 1:205, vierde lid BW gestelde termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ongerechtvaardigde inmenging in haar familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM betekent. Het respect voor het familie- en gezinsleven eist in deze zaak dat het belang van het in overeenstemming brengen van de juridische situatie met de biologische werkelijkheid prevaleert boven het belang van de strikte hantering van de in artikel 1:205, vierde lid BW gestelde termijn en het belang van rechtszekerheid dat daarmee is gemoeid. Nu geen van de belanghebbenden zich tegen het verzoek verzet, valt niet in te zien hoe de rechtszekerheid en de belangen van de belanghebbenden in het onderhavige geval zullen worden geschaad bij het niet strikt hanteren van de wettelijke termijn. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de Staatscommissie Herijking ouderschap voorstelt om de driejarentermijn in artikel 1:205, vierde lid BW, te schrappen.
4.8.
Nu met het oog op de uitslag van de DNA-test met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is komen vast te staan dat de juridische vader niet de biologische vader van de vrouw is, wordt, naar het oordeel van de rechtbank, voldaan aan de grond voor vernietiging van de erkenning door de man van de vrouw (artikel 1:205, eerste lid, sub a BW). De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom op onderstaande wijze toewijzen.
Geslachtsnaam
4.9.
Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt, op grond van artikel 1:206, eerste lid BW, de erkenning geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Daarmee zal de vrouw, door de vernietiging van de erkenning, alleen in een familierechtelijke betrekking tot haar moeder komen te staan en zal zij, op grond van artikel 1:5, eerste lid BW, van rechtswege de geslachtsnaam van de moeder dragen. De rechtbank zal voor de volledigheid verstaan dat de vrouw de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam moeder] ” zal hebben. Een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de vrouw in de geslachtsnaam van haar biologische vader ligt in deze procedure niet voor. De rechtbank zal zich daarover dan ook niet verder uitlaten. Het is aan de vrouw om, indien gewenst, daartoe verdere stappen te zetten, al dan niet samen met haar advocaat.
Verdeling proceskosten
4.10.
Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Toesturen beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand
4.11.
De rechtbank zal ten slotte bepalen dat de griffier van deze rechtbank, wanneer de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van [plaats 1] , om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
4.12.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
vernietigt de erkenning van mevrouw [de vrouw] , geboren op [geboortedag 1] 1986 op [geboorteplaats] , Nederlandse Antillen, door de heer [de juridische vader] , geboren op [geboortedag 2] 1963 op [geboorteplaats] , Nederlandse Antillen;
5.2.
verstaat dat de vrouw, voornoemd, na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking, de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam moeder] ” heeft;
5.3.
compenseert de kosten van partijen in deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
bepaalt dat de griffier van deze rechtbank, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van [plaats 1] om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2024 door mr. Van Triest, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.