De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot vaststelling van het vaderschap van de man over de minderjarige, geboren in 2022, en tot toewijzing van gezamenlijk ouderlijk gezag. De vrouw en de minderjarige zijn staatloos, de man is Bosnisch staatsburger met een Nederlandse verblijfsvergunning. De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
De man en vrouw hebben een relatie en erkennen dat de man de biologische vader is, bevestigd door een DNA-onderzoek met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,9%. De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn eigen verzoek, maar nam het verzoek van de vrouw in behandeling. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunden het verzoek, waarbij het belang van de minderjarige centraal stond.
De rechtbank stelde het vaderschap van de man vast en bepaalde dat de minderjarige de geslachtsnaam van de moeder behoudt. Tevens werd het verzoek toegewezen om het eenhoofdig ouderlijk gezag van de vrouw te wijzigen in gezamenlijk gezag van man en vrouw. De bijzondere curator werd ontslagen van haar taak en de griffier zal de beschikking aan de burgerlijke stand toezenden.