De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 september 2024 een verzoek tot wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2015. Partijen zijn gescheiden en hadden gezamenlijk gezag, maar de vader was sinds februari 2023 niet meer betrokken bij het leven van het kind.
De moeder verzocht om het gezag alleen aan haar toe te kennen, omdat de vader niet bereikbaar was en zijn ouderlijke verplichtingen niet nakwam. De vader erkende zijn tekortkomingen, gaf aan zijn situatie te willen verbeteren en wilde een stabiele rol in het leven van het kind spelen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het verzoek toe te wijzen vanwege het gebrek aan zicht en betrokkenheid van de vader.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind gediend is met een wijziging van het gezag naar alleen de moeder. De vader moet nog stappen zetten om zijn ouderlijke verantwoordelijkheid weer op zich te nemen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.