ECLI:NL:RBZWB:2024:7025
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdrachtsbelasting en startersvrijstelling bij verkrijging voormalige basisschool
Belanghebbende heeft een voormalige basisschool aangekocht met het oog op transformatie tot woning en maakte aanspraak op de startersvrijstelling voor overdrachtsbelasting. De inspecteur wees dit bezwaar af omdat de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging niet als woning werd aangemerkt.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de voormalige basisschool oorspronkelijk was ontworpen en gebruikt als school en dat slechts minimale verbouwingswerkzaamheden, zoals het vervangen van een toilet door een douche, waren uitgevoerd vóór de overdracht. Dit was onvoldoende om de aard van het pand te wijzigen.
Op basis van een objectieve maatstaf oordeelde de rechtbank dat de onroerende zaak nog steeds als school bestemd was bij de overdracht. Daarom was het tarief van 10,4% overdrachtsbelasting terecht toegepast en is de startersvrijstelling niet van toepassing.
Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 16 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de heffing van 10,4% overdrachtsbelasting.