ECLI:NL:RBZWB:2024:7029

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
17 oktober 2024
Zaaknummer
C/02/426168 / KG ZA 24-422 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Bosters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79 lid 2 RvArt. 123 RvArt. 255 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens ontbreken advocaat eiser in kort geding over teruggave pony

Partijen sloten een overeenkomst voor het stallen van twee pony’s waarbij eiser stallingskosten aan gedaagde betaalde. Eiser vorderde in kort geding de teruggave van een pony en dwangsommen bij niet-naleving, omdat gedaagde een retentierecht uitoefende dat eiser betwistte.

Na onttrekking van de advocaat van eiser stelde zich geen nieuwe advocaat. Op de zittingsdag verscheen niemand namens eiser. Op grond van artikel 123 Rv Pro verleende de voorzieningenrechter gedaagde ontslag van instantie en veroordeelde eiser in de proceskosten.

Het kort geding werd niet inhoudelijk behandeld vanwege het ontbreken van een advocaat namens eiser, wat een vereiste is voor goede en snelle rechtsbedeling. De proceskosten werden vastgesteld op €1.213,00, te vermeerderen met bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Gedaagde wordt ontslagen van de instantie en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten wegens het ontbreken van een advocaat en het niet verschijnen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/426168 / KG ZA 24-422
Vonnis in kort geding van 16 oktober 2024
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] (België),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: voorheen mr. C.A.M.J.M. Joosten (die zich op 30 september 2024 heeft onttrokken), thans geen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] , [gemeente] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de conceptdagvaarding ingekomen op 2 september 2024;
- de onttrekking van mr. Joosten als advocaat aan de zijde van eisende partij;
- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben op 20 april 2024 een overeenkomst gesloten voor het stallen van twee pony’s van [eiser] op het erf van [gedaagde] . Afgesproken is dat [eiser] stallingskosten betaalt aan [gedaagde] .

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert:
primair
a. [gedaagde] te veroordelen tot teruggave van de pony [naam] met [chipnummer]
aan [eiser] binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een periode door u in goede justitie te bepalen;
te bepalen dat [gedaagde] bij toewijzing van de vordering zoals geformuleerd
onder a. een dwangsom ad. € 500,-- verbeurt voor elke dag, althans elk dagdeel dat [gedaagde] in strijd handelt met de verplichting tot teruggave van de pony [naam] met een maximum van € 50.000,--;
subsidiair
[gedaagde] te verplichten tot het prijsgeven van de verblijfplaats van pony [naam] met [chipnummer] aan [eiser] binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een periode door u in goede justitie te bepalen;
te bepalen dat [gedaagde] bij toewijzing van de vordering zoals geformuleerd onder a. een dwangsom ad. € 500,-- verbeurt voor elke dag, althans elk dagdeel dat [gedaagde] in strijd handelt met de verplichting tot teruggave van de pony [naam] met een maximum van € 50.000,--.
Daarnaast vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt – samengevat – aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] ten onrechte een beroep op het retentierecht doet ten aanzien van een van de pony’ [gedaagde] meent aanspraak te maken op een bedrag, maar [eiser] betwist de hoogte van dit bedrag. Daarnaast heeft [eiser] voldaan aan haar betalingsverplichting ten aanzien van het ingeroepen retentierecht. Ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is het beroep op het retentierecht onaanvaardbaar.

4.De beoordeling

4.1.
Na het uitroepen van de procedure is namens [gedaagde] haar advocaat verschenen. Namens [eiser] is niemand verschenen. Nadat mr. C.A.M.J.M. Joosten zich op 30 september 2024 als advocaat heeft onttrokken, heeft zich ook geen – nieuwe – advocaat namens [eiser] gesteld.
4.2.
Het hier gaat om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Ingevolge art. 79 lid 2 jo Pro. 255 Rv dient de eisende partij vertegenwoordigd te zijn door een advocaat. Dit vereiste is ook neergelegd in punt 10.2 van het Landelijk Procesreglement Kort Gedingen Rechtbank van 1 juli 2024. Deze verplichting is ingegeven vanwege de goede en snelle rechtsbedeling.
4.3.
Uit art. 123 Rv Pro volgt dat indien een eisende partij geen advocaat stelt, de gedaagde partij van de instantie wordt ontslagen, met veroordeling van de eiser in de kosten. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat het karakter van een kort geding procedure zich verzet tegen de mogelijkheid om een eisende partij ingevolge art. 123 lid 1 Rv Pro een termijn te bieden om dit verzuim te herstellen (vgl. HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087). De voorgaande feiten maken dat de voorzieningenrechter tot het oordeel komt dat [gedaagde] van de instantie wordt ontslagen en dat [eiser] wordt veroordeeld in de kosten. Aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil wordt daardoor niet toegekomen.
4.4.
De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
320,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.213,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
ontslaat [gedaagde] van de instantie,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.213,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bosters en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.