Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten een overeenkomst voor het stallen van twee pony’s waarbij eiser stallingskosten aan gedaagde betaalde. Eiser vorderde in kort geding de teruggave van een pony en dwangsommen bij niet-naleving, omdat gedaagde een retentierecht uitoefende dat eiser betwistte.
Na onttrekking van de advocaat van eiser stelde zich geen nieuwe advocaat. Op de zittingsdag verscheen niemand namens eiser. Op grond van artikel 123 Rv Pro verleende de voorzieningenrechter gedaagde ontslag van instantie en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Het kort geding werd niet inhoudelijk behandeld vanwege het ontbreken van een advocaat namens eiser, wat een vereiste is voor goede en snelle rechtsbedeling. De proceskosten werden vastgesteld op €1.213,00, te vermeerderen met bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Gedaagde wordt ontslagen van de instantie en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten wegens het ontbreken van een advocaat en het niet verschijnen.