Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats] ;
12 september 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 september 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die opgenomen is in een High Intensive Care (HIC) afdeling vanwege suïcidale uitingen en een psychische stoornis.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan zich beter te voelen en niet langer opgenomen te willen zijn, terwijl de arts en behandelaren ernstige zorgen uitten over zijn suïcidaliteit en het risico op levensgevaar. De advocaat van betrokkene pleitte primair voor afwijzing van het verzoek, subsidiair voor een beperkte verlenging van vier dagen om ambulante hulpverlening te organiseren.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door suïcidaliteit, veroorzaakt door een psychische stoornis, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit nadeel af te wenden. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom verleend, maar beperkt tot vier dagen, zodat ambulante nazorg kan worden voorbereid en betrokkene op verantwoorde wijze kan worden ontslagen.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en bepaalde dat de machtiging geldt tot en met 12 september 2024. Betrokkene verzet zich tegen de verplichte zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beschikking is op 23 september 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene wordt verleend voor vier dagen om ambulante nazorg te organiseren.