ECLI:NL:RBZWB:2024:7059
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €340.000 per 1 januari 2022, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en stelde deze vast met behulp van een taxatiematrix en vergelijkingsmethode met referentiewoningen.
De rechtbank heeft beoordeeld of de waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden en de onderbouwing van de heffingsambtenaar. De gebruikte referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en oppervlakte. De rechtbank achtte de toegepaste correcties en indexeringen adequaat en vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woningen.
Belanghebbende voerde aan dat de ligging van zijn woning minder gunstig is dan die van de referentiewoningen, maar de rechtbank oordeelde dat dit een subjectieve omstandigheid betreft die niet hoeft te worden meegewogen in de waardering.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor blijft de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd en worden de proceskosten niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard.