ECLI:NL:RBZWB:2024:7060
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een vrijstaande woonboerderij met diverse bijgebouwen en een groot perceel, vastgesteld op € 1.569.000 per 1 januari 2022. Deze waarde vormde tevens de grondslag voor de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Chaam voor het jaar 2023.
De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar baseerde de waardebepaling op de aankoopprijs die belanghebbende op 9 mei 2022 betaalde, welke binnen één jaar na de waardepeildatum lag. Belanghebbende stelde dat het onjuist was om toekomstige verkoopgegevens te gebruiken voor de waardebepaling.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van de aankoopprijs als uitgangspunt voor de WOZ-waarde passend is, gelet op de vaste rechtspraak dat de koopprijs binnen één jaar voor of na de waardepeildatum maatgevend is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet de werkelijke waarde weerspiegelt. Belanghebbende slaagde er niet in dit te onderbouwen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en OZB-aanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.