Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder vergunning op 18 april 2022 in Zierikzee. Betrokkene voerde aan dat hij de informatie over de wijziging niet had gelezen en in het buitenland verbleef, waardoor hij niet op de hoogte was van de gewijzigde situatie. Ook beschikte hij wel over een parkeervergunning, maar voor een ander voertuig.
De officier van justitie stelde dat betrokkene voldoende gelegenheid had moeten hebben om zijn voertuig te verplaatsen, aangezien de wijziging en waarschuwing tijdig waren gecommuniceerd. De kantonrechter oordeelde echter dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat hij in het buitenland verbleef tijdens de bekendmaking en waarschuwing, waardoor hij niet in staat was zijn auto te verplaatsen.
Daarnaast werd meegewogen dat de gemeente de wijziging snel doorvoerde en direct sancties oplegde, wat de boete onterecht maakt. De kantonrechter vernietigde daarom de boete en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.