Belanghebbende is eigenaar van een woning met een kantoorruimte in Oisterwijk, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op €318.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, onder meer omdat onvoldoende rekening zou zijn gehouden met gevelschade, achterstallig onderhoud en een kettingbeding dat het gebruik als winkel of bedrijf verbiedt. De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2024 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat de woning en het voormalige laboratoriumobject zijn samengevoegd tot één object en dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze heeft bepaald met de vergelijkingsmethode. Het taxatierapport toont aan dat een correctie van 25% is toegepast voor mindere kwaliteit, onderhoudstoestand en voorzieningen, waarmee voldoende rekening is gehouden met de gebreken.
Verder heeft de heffingsambtenaar de waarde lager vastgesteld dan de getaxeerde waarde, wat de stelling van belanghebbende over meer achterstallig onderhoud niet ondersteunt. Het kettingbeding heeft geen waardeverlagend effect omdat de waarde wordt bepaald naar feitelijk gebruik als woning. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde.