ECLI:NL:RBZWB:2024:7075

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 augustus 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
C/02/424578 / JE RK 24-1294
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Graaf
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:265g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot stopzetting omgangsregeling tussen vader en minderjarige

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter om de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige, vastgesteld bij beschikking van 12 januari 2022, te wijzigen door de omgang stop te zetten. Deze omgangsregeling gaf de vader recht op omgang met de minderjarige één weekend per veertien dagen.

De minderjarige woont bij de moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De minderjarige is sinds 8 augustus 2022 onder toezicht gesteld van de GI, met verlengingen tot 8 augustus 2024.

Tijdens de mondelinge behandeling op 1 augustus 2024, waarbij de vader niet aanwezig was, werd tevens een gerelateerde zaak behandeld waarin de voorlopige omgangsregeling definitief werd beëindigd. Hierdoor verloor de GI het belang bij haar verzoek tot wijziging van de omgangsregeling.

De kinderrechter besloot daarom het verzoek van de GI af te wijzen wegens gebrek aan belang. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot stopzetting van de omgangsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/424578 / JE RK 24-1294
Datum uitspraak: 1 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de omgangsregeling
in de zaak van
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),
locatie Amsterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze,
tijdens de mondelinge behandeling waargenomen door kantoorgenoot E.C.A.E. Verschuren,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1.Het verloop van de procedure

1.1
De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 juli 2024, ontvangen op 5 juli 2024.
1.2
Gelet op de onderlinge samenhang tussen de onderhavige zaak en de ter griffie onder nummers C/02/389786 / FA RK 21-4361 en C/02/423836 / JE RK 24-1167 ingeschreven zaken, zijn deze zaken op 1 augustus 2024 gelijktijdig door de kinderrechter mondeling met gesloten deuren behandeld. In alle drie de zaken is bij separate beschikking beslist.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door mr. Verschuren;
- twee medewerksters van de GI;
- een medewerkster van de Raad.
De vader is niet verschenen.

2.De feiten

2.1
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 januari 2022, voor zover thans nog van belang, bepaald dat de vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot omgang met elkaar een weekend per veertien dagen van vrijdag 16:00 uur tot zondag 16:00 uur, waarbij de vader voorlopig [minderjarige] op de vrijdag om 16:00 uur bij de moeder ophaalt en op zondag om 16:00 uur bij de moeder terugbrengt.
2.4
[minderjarige] is door de kinderrechter van deze rechtbank met ingang van 8 augustus 2022 onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is nadien verlengd, laatstelijk bij beschikking van 20 juli 2023 tot 8 augustus 2024.

3.Het verzoek

3.1
De GI verzoekt de kinderrechter om op grond van artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek de bij voormelde beschikking van 12 januari 2022 vastgestelde voorlopige omgangsregeling te wijzigen, in die zin dat de omgang tussen de vader en [minderjarige] wordt stopgezet. Daarbij verzoekt de GI om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

De rechtbank heeft in de zaak met zaaknummer C/02/389786 / FA RK 21-4361 bij mondeling gegeven beslissing van 1 augustus 2024, schriftelijk uitgewerkt per heden, de voorlopige omgangsregeling zoals bepaald bij (tussen)beschikking van 12 januari 2022, beëindigd. Dat betekent dat de GI geen belang meer heeft bij een beoordeling van haar verzoek tot stopzetting van de omgang tussen de man en [minderjarige] . Het verzoek van de GI zal dan ook worden afgewezen bij gebrek aan belang.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1
wijst het verzoek van de GI af.
Deze Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2024 door Mr. De Graaf, in tegenwoordigheid van mr. Snatersen, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 27 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.