De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) verzoekt tot verlenging vanwege aanhoudende zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. De minderjarigen wonen bij de moeder en zijn sinds 2020 onder toezicht gesteld vanwege problematische gezinssituaties.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de minderjarigen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door de complexe strijd tussen de ouders en het gebrek aan samenwerking. De vader heeft de zorgregeling stopgezet en de contacten met de kinderen verlopen onregelmatig en zonder structuur, wat nadelig is voor de kinderen. De GI en de kinderrechter constateren dat de vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect heeft en dat gedwongen maatregelen noodzakelijk blijven.
De kinderrechter wijst op de noodzaak van juridische bijstand voor de vader om de communicatie en samenwerking te verbeteren. De vader stemt in met een specifieke training voor een van de minderjarigen. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd met ingang van 2 oktober 2024 tot 2 augustus 2025 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe continuïteit van de hulpverlening te waarborgen.