De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 september 2024 besloten om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen bij hun grootouders te verlengen voor de resterende duur van negen maanden, van 5 oktober 2024 tot 5 juli 2025.
De minderjarigen wonen feitelijk bij hun grootouders in België en hebben daar hun sociale netwerk en hulpverlening opgebouwd. Hoewel de ouders inmiddels stabiel zijn en wensen dat de minderjarigen terugkeren, acht de rechtbank voortzetting van de maatregelen noodzakelijk om rust, duidelijkheid en stabiliteit te waarborgen. De ouders en grootouders worden geacht constructief samen te werken, maar er bestaat onzekerheid over de lange termijn afspraken.
De rechtbank benadrukt dat de situatie in België juridisch nog onduidelijk is en dat de Belgische Centrale Autoriteit een onderzoek zal verrichten. Tevens wordt het gezag van de ouders nader onderzocht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de zorg en ontwikkeling van de minderjarigen te waarborgen.