Op 21 juni 2023 werd in de woning en kelderbox van verdachte circa 27 kilogram vloeistof met een lage concentratie amfetamine aangetroffen. Verdachte verklaarde dat hij wist van de opslag en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het verboden middel bevatte. De rechtbank achtte het bezit van deze vloeistof wettig en overtuigend bewezen, maar sprak verdachte vrij van het medeplegen en van voorbereidingshandelingen voor productie van synthetische drugs wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank weegt mee dat de vloeistof een lage concentratie amfetamine bevatte, waardoor de pure amfetamine een fractie van het gewicht zou zijn. Verdachte heeft een verleden met een oude veroordeling en kampt met gezondheidsproblemen. De rechtbank beschouwt hem als kwetsbaar en zonder een sturende rol in het strafbare feit.
Op grond van deze omstandigheden legt de rechtbank een taakstraf van 120 uur op, vervangbaar door 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank acht een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend en hoopt met de voorwaardelijke straf afschrikking te bewerkstelligen.
De uitspraak is gewezen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 23 oktober 2024. De officier van justitie had 36 maanden gevangenisstraf geëist, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, maar de rechtbank wijkt fors van deze eis af.