ECLI:NL:RBZWB:2024:7122
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening betaling uitkering augustus 2024 niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant met betrekking tot de betaling van zijn uitkering over de maand augustus 2024. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten de zaak zonder zitting te behandelen.
De beoordeling richtte zich op het connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81, eerste lid, Awb. Dit houdt in dat er eerst een besluit en een bezwaar tegen dat besluit moet zijn voordat een voorlopige voorziening kan worden toegekend. De uitkeringsspecificatie over augustus 2024 werd beoordeeld en vastgesteld dat deze niet als een besluit kan worden aangemerkt, omdat er geen wijziging in de inhouding heeft plaatsgevonden ten opzichte van eerdere maanden.
Omdat de uitkeringsspecificatie geen nieuw besluit vormt, is het verzoek niet connex aan een besluit en daarom niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitkeringsspecificatie geen besluit vormt.