Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] , [land] ;
7 oktober 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 september 2024 een beschikking gegeven tot voortzetting van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De maatregel volgt op een eerdere crisismaatregel van 12 september 2024 en is gebaseerd op een medische verklaring die een depressief toestandsbeeld en persoonlijkheidsstoornissen bevestigt.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een klinisch psycholoog, verpleegkundigen en de ex-partner gehoord. Betrokkene toonde wisselende bereidheid tot behandeling en gaf aan hulp te willen, waaronder een start met ECT. De psycholoog lichtte toe dat betrokkene recent meerdere malen is opgenomen na suïcidepogingen en dat er sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om het risico op suïcide te beperken. De verplichte zorgmodaliteiten omvatten medicatietoediening, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De maatregel wordt verleend tot en met 7 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 7 oktober 2024 met noodzakelijke verplichte zorgmodaliteiten.