Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats];
11 maart 2025;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 september 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure over het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2002, die lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en psychotische stoornissen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan zich goed te voelen en betwistte hij de noodzaak van verplichte zorg, hoewel hij bereid was medicatie te gebruiken en mee te werken aan behandeling. De verpleegkundig specialist benadrukte de noodzaak van opname en monitoring vanwege psychotische overschrijdingen en het ontbreken van voldoende ziekte-inzicht en samenwerking.
De rechtbank constateerde ernstig nadeel door het gedrag van betrokkene, waaronder agressie en overlast, en concludeerde dat vrijwillige zorg niet toereikend is. De gevraagde vormen van verplichte zorg werden deels toegewezen, met uitzondering van enkele maatregelen die niet noodzakelijk werden geacht.
De zorgmachtiging wordt voor zes maanden verleend, met als doel het afwenden van ernstig nadeel en het stabiliseren van de geestelijke gezondheid, waarbij rekening is gehouden met proportionaliteit en effectiviteit van de zorg.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.