ECLI:NL:RBZWB:2024:7159

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 oktober 2024
Publicatiedatum
22 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.32708
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 19 augustus 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan volgens de Dublin-verordening.

De verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.

De voorzieningenrechter overweegt dat nu de rechtbank bij een andere uitspraak in dezelfde zaak (zaaknummer NL24.32707) al op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 17 oktober 2024 en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.32708

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Alkir),
en
de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

Bij besluit van 19 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers asielaanvraag niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.32707, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 oktober 2024 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.