ECLI:NL:RBZWB:2024:7197
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en toepassing artikel 40 Wet WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €344.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar gebruikte de landelijke agrarische taxatiewijzer voor de waardebepaling. Belanghebbende stelde dat de waarde voor het woongedeelte onvoldoende was onderbouwd en dat niet was vermeld dat de taxatiewijzer was toegepast.
De rechtbank stelde vast dat de taxatiewijzer openbaar beschikbaar is en dat belanghebbende daardoor zelf de waardeberekening had kunnen controleren. De heffingsambtenaar had in de uitspraak op bezwaar duidelijk vermeld dat de taxatiewijzer was gebruikt. Hierdoor was geen sprake van een schending van artikel 40, tweede lid, Wet WOZ.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. M.Z.B. Sterk op 23 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.