Belanghebbende werd een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op 24 juli 2023 parkeerde aan de Landsheerstraat te Breda zonder de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Hij stelde dat hij samen met zijn echtgenote tevergeefs had gezocht naar een betaalautomaat in de directe omgeving.
De heffingsambtenaar stelde dat er een betaalautomaat aanwezig was op ongeveer vier minuten loopafstand, duidelijk aangegeven met borden. Foto’s en plattegronden ondersteunden dit standpunt. De rechtbank oordeelde dat de kenbaarheid van de betaalautomaat voldoende was en dat belanghebbende de verwijzingsborden kennelijk had gemist.
Omdat de parkeerbelasting een objectieve belasting is waarbij opzet of schuld niet relevant zijn, was belanghebbende gehouden vooraf te onderzoeken waar en hoe te betalen. Zijn goede intenties konden niet leiden tot vernietiging van de naheffingsaanslag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag. Het griffierecht werd niet vergoed.