Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren buiten een parkeervak op de Kettingweg te Yerseke op 3 augustus 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de boete onredelijk was gezien de omstandigheden, omdat hij geparkeerd stond bij een leverancier die hij bezocht.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 30 september 2024 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de boete terecht is opgelegd.
Echter werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen alvorens het beroep ongegrond te verklaren. Dit leidt tot vernietiging van die beslissing en matiging van de boete met 25%. Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling met bijna twee maanden overschreden, wat eveneens een matiging van 25% rechtvaardigt.
De kantonrechter verklaarde het beroep daarom gedeeltelijk gegrond, matigde de boete tot €56,25 plus administratiekosten en beval terugbetaling van het teveel betaalde bedrag van €43,75 aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot €56,25 plus administratiekosten met terugbetaling van teveel betaalde zekerheid.