Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren zonder geldige vergunning op een vergunninghoudersparkeerplaats in Veere op 13 mei 2022. Betrokkene voerde aan te goeder trouw te zijn geweest en dat de parkeervergunning niet tijdig kon worden verlengd door omstandigheden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene afwezig. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat opzet niet vereist is voor het opleggen van een boete.
De kantonrechter constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van vier maanden en een structurele schending van de hoorplicht door de officier van justitie. Dit leidde tot gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en tot tweemaal 25% matiging van de boete. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheid worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is tweemaal met 25% gematigd.