Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Waarde op 12 oktober 2022 om 07.54 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de bestuurder ten onrechte niet was staande gehouden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 30 september 2024 was betrokkene afwezig, maar zijn gemachtigde voerde aan dat de verbalisant zich in een onopvallend dienstvoertuig bevond zonder hulpmiddelen voor staandehouding, waardoor geen rechtmatige staandehouding kon plaatsvinden. Ook werd bezwaar gemaakt tegen de proceskostenvergoeding die op naam van betrokkene werd opgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat de gedraging vaststaat en dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding vanwege het ontbreken van stoptransparant en signalen. Daarom is de boete terecht aan de kentekenhouder opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.