Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de N256 Deltaweg te Goes op 25 juni 2023. Hij stelde dat de boete onredelijk was vanwege verkeersomstandigheden waarbij een andere auto uitweek, waardoor hij het rode licht over het hoofd zag.
De officier van justitie en de kantonrechter oordeelden dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die in Wahv-zaken doorgaans voldoende bewijs vormt. Betrokkene kon geen specifieke feiten aanvoeren die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen.
De kantonrechter stelde vast dat het verkeerslicht voldoende lang rood gaf en dat betrokkene met een snelheid van 80 km/u naderde, terwijl hij zijn snelheid had moeten verminderen. Het gedrag van andere weggebruikers doet hieraan niet af.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de boete terecht opgelegd. Ook matiging van de boete is niet aangewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens doorrijden bij rood licht is ongegrond verklaard.