Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve boete opgelegd wegens het niet op eerste vordering tonen van het rijbewijs tijdens een controle op 19 februari 2023 in Vlissingen. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, waarbij werd aangevoerd dat sprake was van één gebeurtenis met meerdere gedragingen en dat reeds een strafbeschikking was opgelegd voor rijden onder invloed.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en overhandigde bewijsstukken waaruit bleek dat de boete terecht was opgelegd, mede gelet op de geldende Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, waarin in uitzonderlijke gevallen een afdoening via twee trajecten is toegestaan.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 30 september 2024 door de kantonrechter A.B. Scheltema Beduin.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens het niet tonen van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard.