Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] ;
22 april 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 januari 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan alcoholdementie en verslavingsstoornissen.
Betrokkene verblijft sinds december 2023 in Stichting Emergis onder een crisismaatregel vanwege een acute Wernicke en de gevolgen van langdurig alcoholgebruik. De psychiater en behandelaar stelden dat betrokkene ernstig gedesoriënteerd is, een groot dwaalgevaar loopt en niet meer zelfstandig kan wonen. Betrokkene toont verbaal en fysiek verzet tegen opname en zorg.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, waaronder toediening van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, en opname in een accommodatie. Het toedienen van vocht en voeding werd niet noodzakelijk geacht.
De zorgmachtiging wordt verleend voor drie maanden als overgangsmachtiging, zodat betrokkene in een vertrouwde omgeving kan verblijven totdat een passende Wzd-accommodatie beschikbaar is. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor drie maanden voor verplichte zorg aan betrokkene in Stichting Emergis.