ECLI:NL:RBZWB:2024:7231

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 september 2024
Publicatiedatum
24 oktober 2024
Zaaknummer
10943620 - MB VERZ 24-118
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens doorrijden bij rood verkeerslicht

Betrokkene is beboet voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de N286 Nieuwe Postweg te Tholen op 30 januari 2023. Tegen deze administratieve sanctie is beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Op de zitting van 30 september 2024 verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De kantonrechter baseerde zich op het proces-verbaal, de foto's van de gedraging en de verklaring van de verbalisant. Betrokkene stelde dat uit de foto's blijkt dat het voertuig niet voorbij het verkeerslicht is gereden en dat de gedraging niet is verricht.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is voor vaststelling van de gedraging, tenzij specifieke feiten twijfel rechtvaardigen. De aangevoerde argumenten van betrokkene boden hiervoor geen aanleiding. De foto's toonden geen brandende remlichten en een snelheid van 22 km/u, wat onvoldoende is om te concluderen dat betrokkene is gestopt.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin op 30 september 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens doorrijden bij rood verkeerslicht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10943620 \ MB VERZ 24-118
CJIB-nummer : 1062 5422 5552 3196
uitspraakdatum : 30 september 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema (Bezwaartegenverkeersboetes.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 september 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de N286 Nieuwe Postweg kruising Reimerswaalseweg te Tholen op 30 januari 2023 om 14.06 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Op basis van het zaakoverzicht en de foto’s van de gedraging kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het voertuig is niet het verkeerslicht gepasseerd. Op beide foto’s bevindt het voertuig zich nog voor het verkeerslicht. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene reed met een snelheid van 22 km/h en op de foto’s van de gedraging is niet te zien dat er remlichten brandden dus het is niet aannemelijk dat betrokkene is gestopt.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, dat niet kan worden vastgesteld dat betrokkene het verkeerslicht niet is gepasseerd, geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Door betrokkene is onvoldoende aannemelijk gemaakt te hebben gestopt voor het verkeerslicht nu uit de foto’s blijkt dat de remlichten van het voertuig niet branden. Daarbij blijkt uit de gegevens bij de foto’s van de gedraging dat betrokkene nog met een gemiddelde snelheid van 22 km/u reed.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter verklaart;
- het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: