ECLI:NL:RBZWB:2024:7273
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en OZB-aanslag woning te Goes
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2022. De heffingsambtenaar had de waarde per 1 januari 2021 vastgesteld op €380.000. De rechtbank beoordeelde of deze waarde te hoog was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze had bepaald aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen waren gebruikt die voldoende vergelijkbaar waren. Belanghebbende had onvoldoende onderbouwd dat de staat van zijn woning, waaronder vermeende lekkages en andere gebreken, onvoldoende was meegenomen in de waardering.
Ook stelde belanghebbende dat de heffingsambtenaar niet alle gevraagde gegevens had verstrekt, maar de rechtbank verwierp dit bezwaar omdat de wet geen toezendplicht van die specifieke stukken voorschrijft. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde en de aanslag OZB niet te hoog waren vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en OZB-aanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.