Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
[gedaagde 3] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft een overeenkomst gesloten met gedaagden voor administratiediensten, waarvan facturen onbetaald bleven. Tijdens de procedure sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin gedaagden €16.000 zouden betalen vóór 1 april 2024. Gedaagden voldeden hier niet aan, waarna eiser een vonnis verzocht tot betaling van €17.000 zoals overeengekomen in de overeenkomst.
Gedaagden verschenen niet bij de mondelinge behandeling en voerden geen verweer tegen de vordering of de vaststellingsovereenkomst. De kantonrechter stelde vast dat gedaagden de betalingsverplichting niet zijn nagekomen en veroordeelde hen tot betaling van €17.000.
Daarnaast werd wettelijke handelsrente toegewezen over het deel van €12.948,47 dat voortvloeit uit de handelsovereenkomst, en gewone wettelijke rente over het resterende bedrag van €4.051,53. Gedaagden werden ook veroordeeld tot betaling van proceskosten van €541, bestaande uit salaris gemachtigde en nakosten.
De veroordeling werd hoofdelijk uitgesproken, waardoor iedere gedaagde het volledige bedrag kan worden aangesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2024.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €17.000, wettelijke rente en proceskosten wegens niet-nakoming van vaststellingsovereenkomst.