ECLI:NL:RBZWB:2024:7309
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen intrekking projectplan waterschap
Verzoeker heeft op 2 februari 2024 beroep ingesteld tegen het projectplan van het waterschap Brabantse Delta. Dit projectplan is door het waterschap op 26 juni 2024 ingetrokken. Vervolgens heeft verzoeker op 25 juli 2024 zijn beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het waterschap.
De rechtbank heeft het waterschap in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek. Het waterschap heeft aangegeven bereid te zijn de proceskosten en het griffierecht te vergoeden, maar stelde dat het beroep geen aanleiding gaf tot het intrekkingsbesluit.
De rechtbank oordeelt dat het waterschap op grond van artikel 8:75a van de Awb veroordeeld kan worden in de proceskosten wanneer het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan. Gezien de intrekking van het projectplan en het ingetrokken beroep wijst de rechtbank het verzoek toe en veroordeelt het waterschap tot betaling van € 875,- aan proceskosten. Het griffierecht van € 187,- dient verzoeker rechtstreeks bij het waterschap te verhalen.
Uitkomst: Het waterschap wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoeker.