Eiseres heeft op 5 januari 2021 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, waarbij zij diverse medische aandoeningen aanvoerde. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiseres op haar 18e jaar en tijdens haar studie arbeidsvermogen had. Na bezwaar bleef het UWV bij dit standpunt. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing.
De medische en arbeidsdeskundige onderzoeken toonden aan dat eiseres op haar 18e jaar in staat was tot arbeidsparticipatie, met beperkingen maar zonder volledige arbeidsongeschiktheid. Het neuropsychologisch onderzoek dat eiseres aanvoerde, leidde niet tot een andere conclusie. Eiseres kon ten minste vier uur per dag lichte werkzaamheden verrichten en was in staat één uur aaneengesloten te werken.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen proceskosten- of schadevergoeding. De rechtbank benadrukte het belang van voortvarende behandeling en wees een verzoek tot aanhouding van de zitting af vanwege onvoldoende onderbouwing.