ECLI:NL:RBZWB:2024:7340
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde hotel en aanslag OZB gemeente Schouwen-Duiveland
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een hotel te [plaats 2] en de daarbij opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) en rioolheffing door de gemeente Schouwen-Duiveland. De heffingsambtenaar stelde de waarde van het hotel op 1 januari 2022 vast op € 6.395.000 en legde de aanslagen voor 2023 op. Belanghebbende betwistte de hoogte van de WOZ-waarde en de rioolheffing.
De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2024 behandeld. De rechtbank oordeelt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De heffingsambtenaar baseerde zich op de aankoopprijs van het hotel in april 2020 van € 7.950.000 exclusief btw, wat hoger is dan de vastgestelde waarde. Daarnaast is de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast, onderbouwd met verkoopgegevens van vergelijkbare hotels in de regio. Belanghebbende kon geen concrete feiten aanvoeren die een lagere waarde rechtvaardigen.
Het beroep tegen de rioolheffing wordt buiten behandeling gelaten omdat dit bezwaar te laat is ingediend. Tevens is het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de bezwaar- en beroepsprocedure binnen de wettelijke termijn van twee jaar is afgerond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de WOZ-waarde en aanslag OZB, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.