Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de A16 te Zevenbergschenhoek op 23 juli 2022. Betrokkene stelde in beroep dat hij niet onnodig links had gereden, omdat hij meerdere voertuigen aan het inhalen was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene in beroep ging bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Wel werd vastgesteld dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, omdat betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord, wat strijdig is met de wettelijke vereisten.
Daarnaast was de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete. De kantonrechter matigde daarom de boete met 25% wegens schending van de hoorplicht en met nog eens 25% wegens termijnoverschrijding. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend, maar deze moet volgens de wet aan betrokkene worden uitgekeerd en niet aan diens gemachtigde.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 50% wegens schending hoorplicht en termijnoverschrijding.