ECLI:NL:RBZWB:2024:7428
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Holierhoek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot medewerking verkoop gezamenlijke woning na beëindiging relatie
De man en vrouw hadden een affectieve relatie die in september 2022 is beëindigd. Zij waren niet getrouwd of geregistreerd partners en hadden geen samenlevingscontract. Samen bezaten zij de woning aan een adres in plaats 1. De man wil de woning verkopen, maar de vrouw werkt niet mee en heeft een bod van achterburen afgewezen. De woning staat leeg, wordt niet onderhouden en verliest daardoor in waarde. De man draagt alle lasten en woont tijdelijk bij zijn moeder, wat niet ideaal is.
De man vordert primair dat de toestemming van de vrouw voor verkoop wordt vervangen door toestemming van de rechtbank, wat de wet niet toestaat. Subsidiair vordert hij dat de vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop, met een dwangsom bij niet-naleving. De vrouw is verstek verleend en heeft geen verweer gevoerd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de subsidiaire vordering toewijsbaar is omdat de man een spoedeisend belang heeft en niet langer in onverdeeldheid kan blijven. De primaire vordering wordt afgewezen. Een wijziging van eis tijdens de mondelinge behandeling wordt buiten beschouwing gelaten vanwege procesrechtelijke redenen. De dwangsom wordt gemaximeerd op €15.000. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van de gezamenlijke woning met een dwangsom bij niet-naleving.