ECLI:NL:RBZWB:2024:7468

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 oktober 2024
Publicatiedatum
1 november 2024
Zaaknummer
11145983 MB VERZ 24-460
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens overtreden doorgetrokken streep

Betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het zich bevinden links van een doorgetrokken streep op de Rijksweg (N59) te Nieuwerkerk op 4 juli 2023 om 17.44 uur. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen deze boete en ontkent de gedraging, daarbij stellende zich niet te kunnen herinneren staande gehouden te zijn en dat de foto de overtreding niet toont.

De verbalisant verklaarde dat hij in een onopvallend voertuig zonder stopteken reed, waardoor staandehouding niet mogelijk was. De kantonrechter acht de verklaring van de verbalisant voldoende en ziet geen reden om aan de juistheid ervan te twijfelen. De boete is daarom terecht opgelegd aan de kentekenhouder.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 18 oktober 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11145983 \ MB VERZ 24-460
CJIB-nummer : 9062 5422 5915 6318
uitspraakdatum : 18 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). [naam] is als gemachtigde verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen) op de Rijksweg (N59) te Nieuwerkerk op 4 juli 2023 om 17.44 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de vermeende gedraging wordt ontkent door betrokkene. Betrokkene kan zich niet herinneren zo’n feit te hebben gepleegd en is niet staande gehouden. Op de foto is de vermeende gedraging niet waar te nemen. Er is sprake van schending van artikel 5 Wahv Pro. De verbalisant heeft verklaard in een onopvallend voertuig te hebben gereden zonder stopteken. Gemachtigde verwijst naar diverse jurisprudentie. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde herhaald hetgeen in het beroepschrift als verweer is gevoerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft een duidelijke verklaring gegeven op welke wijze de gedraging is geconstateerd. De verbalisant heeft waarschijnlijk de foto van het voertuig van betrokkene gemaakt om het kenteken te tonen. Er is geen reden te twijfelen aan de constatering van de gedraging. De verbalisant heeft ook een duidelijke verklaring gegeven waarom staandehouding niet mogelijk was. De combinatie dat de verbalisant niet duidelijk te herkennen is als politie en te rijden in een voertuig zonder stopmiddelen maakt dat er geen staandehouding plaats kon vinden. De optie om te zwaaien naar een bestuurder om hem zo tot stoppen te manen, zal niet maken dat een bestuurder dan ook daadwerkelijk stopt.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat hij met een onopvallend voertuig reed waarmee geen stopteken gegeven kon worden.
Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter verklaart:
- het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: