ECLI:NL:RBZWB:2024:7506
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van 't Nedereind
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindings- en ontruimingsvorderingen wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf huurder
In deze zaak vordert Stichting Leystromen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning omdat de huurder volgens hen niet in de woning woont en daar haar hoofdverblijf niet heeft. De huurder betwist dit en heeft na een tussenvonnis aanvullende stukken ingediend om haar feitelijke bewoning te staven.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder onvoldoende heeft voldaan aan haar stel- en motiveringsplicht voor de periode voorafgaand aan eind 2023, omdat de overgelegde stukken niet overtuigend aantonen dat zij toen in de woning verbleef. Wel is vastgesteld dat zij thans in de woning woont en daar haar woonstede heeft volgens artikel 1:10 BW Pro.
De belangenafweging leidt tot afwijzing van de vorderingen van Leystromen, omdat ontbinding en ontruiming voor een mogelijk verleden tekortkoming niet gerechtvaardigd zijn en het woonbelang van de huurder zwaarwegend is. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, mede omdat de huurder de procedure had kunnen voorkomen door eerder duidelijkheid te verschaffen over haar bewoning.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen omdat de huurder thans voldoende bewijst in de woning te wonen.