ECLI:NL:RBZWB:2024:7548
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen opgelegde beslistermijn in zaak omgevingsvergunning zonnepark
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzet van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen tegen de beslissing van 6 juni 2024, waarin de rechtbank het beroep van geopposeerden tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een zonnepark gegrond verklaarde en een beslistermijn van zes maanden oplegde.
De rechtbank oordeelde dat het verzet van het college gegrond is omdat de redelijkheid van de opgelegde beslistermijn van zes maanden niet buiten redelijke twijfel staat, mede doordat geopposeerden meer tijd nodig hadden om hun aanvraag te wijzigen. Daarom vervalt de eerdere uitspraak en wordt het onderzoek hervat.
Vervolgens heeft de rechtbank een nieuwe redelijke beslistermijn van vijf maanden vastgesteld, ingaand vanaf de dag dat geopposeerden aangeven dat hun aanvraag gereed is voor besluitvorming. Tevens is een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
De rechtbank stelde ook de reeds door het college verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442 en veroordeelde het college tot betaling van proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €371 aan eisers.
De uitspraak is gedaan zonder zitting omdat partijen geen behoefte hadden aan een mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het college moet binnen vijf maanden na gereedmelding van de aanvraag een besluit nemen, met een dwangsom bij overschrijding en vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers.