Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer]
door die [slachtoffer]
- met kracht rond de keel vast te pakken, en
- meermalen tegen het hoofd en overige lichaamsdelen te slaan en/of stompen, en
- eenmaal, (met geschoeide voet) tegen het hoofd en meermalen tegen overige lichaamsdelen te trappen en/of schoppen, en
- met een glas op het hoofd te slaan, en
- met kracht tegen een muur te duwen, en
- zijn shirt, welke die [slachtoffer] aan had, kapot te trekken.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- Een meldplicht bij de reclassering;
- Actief deelnemen aan de gedragsinterventie Cova of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden;
- Zich inspannen voor het vinden en behouden van betaald en/of onbetaald werk, met een vaste structuur.
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.De benadeelde partij
Materiële schade
Immateriële schade
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren, subsidiair 75 (vijfenzeventig) dagen vervangende hechtenis, waarvan 75 (vijfenzeventig) uren, subsidiair 37 (zevenendertig) dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden;
een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
90 (negentig) dagen;