Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, zijn in geschil geraakt over de uitvoering van de zorgregeling zoals vastgelegd in het ouderschapsplan van augustus 2022. De vrouw stopte sinds februari 2024 met het naleven van de zorgregeling vanwege verschillen in opvoedstijl en communicatieproblemen, terwijl de man de regeling wil voortzetten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er onvoldoende ernstige omstandigheden zijn om de zorgregeling te wijzigen en dat het belang van het kind gediend is met voortzetting van de bestaande regeling. De vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling, maar de gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat het contact inmiddels is hervat.
Vanwege de belangenstrijd tussen ouders en het belang van het kind wordt een bijzondere curator benoemd om de belangen van het kind te behartigen en te onderzoeken of een wijziging van de zorgregeling nodig is. De vorderingen van de vrouw tot wijziging en schorsing van de zorgregeling worden afgewezen, evenals haar reconventionele vorderingen.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en een bijzondere curator wordt benoemd.