De minderjarige, geboren in 2007, woont sinds november 2021 niet meer bij haar ouders vanwege onveilige situaties en staat sinds maart 2022 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). De ouders zijn gescheiden maar wonen momenteel weer samen en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. Er loopt een verzoek tot opname in een gesloten jeugdhulpvoorziening waar de minderjarige het niet mee eens is.
De minderjarige heeft via een brief en een gesprek met de kinderrechter aangegeven zich onvoldoende gehoord en gezien te voelen door haar huidige jeugdzorgwerker en wil een bijzondere curator benoemd krijgen om haar belangen beter te vertegenwoordigen. Zowel de ouders, de GI als de Raad voor de Kinderbescherming stemmen in met deze benoeming.
De kinderrechter acht de benoeming noodzakelijk vanwege de complexe gezinssituatie, de verstoorde relatie tussen minderjarige en ouders, en het belang dat haar stem niet ondergesneeuwd raakt, zeker nu zij bijna volwassen is. De bijzondere curator zal gesprekken voeren met alle betrokkenen en rapporteren aan de rechtbank. De procedure wordt pro forma aangehouden tot 8 mei 2024 voor het rapport van de curator.