ECLI:NL:RBZWB:2024:7627
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als onderwijsassistente, viel uit op 18 november 2019 vanwege psychische klachten. Het UWV weigerde op 10 november 2021 een WIA-uitkering toe te kennen met ingang van 15 november 2021, en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond op 10 januari 2023. De rechtbank behandelde het beroep op 15 februari 2024 en heropende het onderzoek voor nadere vragen aan een arbeidsdeskundige.
De verzekeringsartsen van het UWV concludeerden op basis van dossieronderzoek, telefonisch contact en een hoorzitting dat eiseres psychische klachten heeft passend bij een burn-out en angst- en paniekklachten, maar niet volledig arbeidsongeschikt is. Er is een urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week vastgesteld. Eiseres voerde aan dat zij meer beperkingen heeft, onder meer vanwege ademhalingsproblemen en frequentere paniekaanvallen, en verzocht om inschakeling van een deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de verzekeringsartsen een juist beeld hadden van de klachten en beperkingen, en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 21 oktober 2021 adequaat waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige b&b bevestigde de geschiktheid van de functies die ten grondslag lagen aan de berekening van de arbeidsongeschiktheid. De rechtbank achtte het CBBS als een betrouwbaar systeem en concludeerde dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de weigering van de WIA-uitkering per 15 november 2021 terecht. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierechtvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 5 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt terecht geweigerd.