ECLI:NL:RBZWB:2024:7632
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verlaagd tarief overdrachtsbelasting bij woningverkrijging
Belanghebbende en zijn partner kochten in 2021 twee woningen. Voor de eerste woning werd het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting toegepast, waarbij belanghebbende verklaarde de woning als hoofdverblijf te gebruiken. Na de levering van de tweede woning verhuisde belanghebbende hiernaartoe en woont daar nog steeds.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor het verlaagde tarief. Belanghebbende maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aan de voorwaarden voldeed.
De rechtbank verwees naar de rechtsoverwegingen in de zaak van de partner, die dezelfde situatie betrof, en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor blijft de naheffingsaanslag en de belastingrente in stand, en krijgt belanghebbende geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.